Hugo Greeven

Doel: een sluitende aanpak voor LVB-jongeren in het licht van de transities in het sociale domein

De groep LVB-jongeren wordt gekenmerkt door een IQ tussen de 50 – 85 in combinatie met sociale aanpassingsproblemen. De LVB-leeftijdsgroep van 18 tot 25 jaar verdient extra aandacht daar zij in een overgangsfase zitten van jeugd naar volwassenheid, van school naar werk, van thuiswonend naar zelfstandig wonen en van relatieve afhankelijkheid naar meer zelfstandigheid. Juist aan deze levensfase kleven risico’s als sociaal isolement, uitval, criminaliteit en dergelijke. Onderzoek laat zien dat vroegsignalering en herkenning bij LVB-jongeren lastig is waardoor ze niet of niet tijdig de juiste hulp en begeleiding krijgen. Bovendien hebben deze jongeren de neiging zichzelf te overschatten en mogelijke zorg en begeleiding te mijden, met alle gevolgen van dien. De provincie Zuid-Holland heeft de vraag gesteld hoe LVB-jongeren optimaal kunnen worden begeleid in het licht van de diverse transities. Alle op handen zijnde transities binnen het sociale domein zijn namelijk van invloed op de leeftijdsgroep 18 – 25 jaar.

Resultaat: op weg naar een inspirerend advies

Ik voer het onderzoek (wat voor een soort onderzoek: even kort kenschetsen)uit naar de positie van LVB-jongeren in het licht van de transities in samenwerking met JSO Expertisecentrum voor jeugd, ontwikkeling en samenleving. Het onderzoek is momenteel in volle gang. Er is een enquête uitgezet onder beleidsambtenaren, jongerenwerkers, de onderwijssector en onder medewerkers van Wmo-loketten en CJG’s. Op basis van de eerste enquête uitkomsten hebben we bijeenkomsten georganiseerd met respondenten om met elkaar te bespreken wat de beleidsaanbevelingen zijn voor deze groep jongeren. Ook hebben we een vragenlijst uitgezet onder de belangrijkste zorgaanbieders binnen de provincie Zuid-Holland. Tenslotte zijn er gesprekken gevoerd met de doelgroepjongeren zelf. Hoewel een groot deel van de LVB-jongeren zich goed kunnen redden in de samenleving zien we dat een substantiële groep begeleiding en hulp nodig heeft om niet te vervallen in complexe problematiek. De eerste uitkomsten laten ook zien dat er bij gemeenten en aanpalende instanties behoefte is aan meer kennis over deze groep. Een belangrijke vraag is hoeveel middelen gemeenten ter beschikking hebben vanaf 2015 om LVB-jongeren de juiste begeleiding te bieden. Daarbij is het essentieel dat er een efficiënt systeem van vroegsignalering en diagnostiek komt, om tijdig hulp en begeleiding te bieden.